Stelende apen in Ubud

Met een grotere boot gingen wij van Gili Air naar onze volgende bestemming Ubud. Op deze grote boot kon je ook op het dak zitten zodat je lekker in de zon kon genieten van het 2 uur durende trip richting het eiland Bali. Omdat de meeste passagiers of geen zin hadden in de zon, of toch stiekem zeeziek werden, bleef iedereen binnen zitten. Behalve ik natuurlijk, en de crew die niets te doen had dan wachten. 

Helaas werden de golven toch iets wilder dan voorspelt en sloegen de golven continu over de gehele boot heen. Helaas voor mij werd ik dus continu van alle kanten belaagd door golven en werd dus nat tot aan mijn onderbroek. 

Dat was tegenslag nummer 1. De volgende tegenslag was dat het al de hele tijd regende in Ubud en dat hield continu aan. Op sommige momenten hield het even op, zodat we wat konden rondwandelen langs de vele rijstvelden die de stad rijk is. En als het dan hard regent, dan ga je maar ergens schuilen, want een paraplu of poncho helpt niet tegen stortregen. 

Een andere bezienswaardigheid in Ubud is het Monkey Forest waar je tegen betaling mag rondwandelen tussen de vele apen die daar wonen. Deze apen kunnen gewoon rondlopen door de stad, maar daar krijgen ze te eten zodat ze ergens anders geen overlast veroorzaken. Natuurlijk zijn er wat brutale apen die dat wel doen en die vreten dan alles wat los en vast zit op.

Ze weten ook precies wat wel en niet lerker is en ook waar mensen die bewaren. In tassen bijvoorbeeld. Ook ik was het slachtoffer van een paar apen die dachten dat er lekkers in mijn tas zat. Eerst vechten ze om je, beklimmen je vervolgens en rukken je tas open. Loop je weg, dan volgen ze je totdat er iets lekkerders op hun pad komt, zoals een banaan of maiskolf. 
De volgende dag stond in het teken van het beklimmen van Mount Batur die op een uurtje rijden ligt. Omdat wij van te voren hadden besloten dat het uitzicht het mooist zou zijn als de zon opkwam, stonden wij om 2 uur op om rond 6 uur klaar te zitten voor zonsopgang. De klim os ongeveer 1500 meter omhoog, duurt zo 1,5 uur in ons tempo en wordt gedaan in het pikkedonker. Nou ja, met een zaklamp voor het nodige licht om te zien waar je loopt. Anders val je zo naar beneden, want het is behoorlijk steil. 

Tegenvaller nummer 2 kwam daar opdagen. Helemaal doorweekt van de miezerige regen was het koud op de berg. Het waaide en het was zo 24 graden, een temperatuur die wij niet meer gewend waren. Uiteraard was het bewolkt, dus van een mooi uitzicht was geen sprake, maar toch hebben wij voor 5 seconden even wat zo’n door de wolken gezien. Je moest niet te lang knipperen met je ogen, anders had je het gemist. Snel even ontbijten en wat warme thee om warm te worden, was het tijd om naar beneden te gaan.

De weg terug ging redelijk, maar van de hele krater, die nog actief was, hebben wij niets gezien. Eenmaal weer beneden en terug bij het hotel hebben we maar weer ontbeten en gekeken hoe de regen met bakken naar beneden kwam. Tijd dus om wat slaap in te halen, want de volgende dag moesten we alweer vroeg op om naar Flores te vliegen. 

Gili Air

Vanuit Amed zijn wij verder gegaan per boot naar Gili Air. Om tijd te besparen zijn we per fastboat gegaan. Misschien was dat niet zo verstandig keuze…

Deze blijkt inderdaad hard te gaan, zo hard dat deze continu op en neer ging van elke golf. Dat zorgde ervoor dat iedereen aan bord hartstikke zeeziek werd. Behalve Oscar, die zat lekker te lezen en te patiencen. 

Vier nachtjes zijn wij op dit bounty eiland waar wij nog meer gaan duiken en snorkelen! 

Tenminste, dat was het plan. Alleen Denise moest uitgerekend nu een hevige verkoudheid oplopen, waardoor duiken er voor haar niet in zat. Verplicht aan de kant blijven en het bij snorkelen houden. Dat vindt ze helemaal niet leuk 🙁

Gili Air is een klein eilandje waar je een rondje om kunt lopen in een klein uurtje. Er zijn verschillende barretjes en restaurants die allerlei soorten eten verzorgen. Indonesisch, westers en Mexicaans, het kan allemaal. Alles wordt per boot naar het eiland gebracht, zo ook horde toeristen. 

Deze toeristen willen vermaakt worden en wij dus ook. Omdat wij ons op dag 2 al begonnen te vervelen, hadden wij een snorkeltrip geboekt. Dan wordt je met 50 anderen een boot in ingeladen en dan mag je met zijn allen snorkelen. Alle vissen schrikken zich de pletter natuurlijk en zwemmen weg, zodat je weinig te zien hebt. Na een half uur wordt je weer naar een andere plek gebracht. Het kost ook geen reet, maar het is veel leuker om een privébootje te hebben zodat het wat rustiger is in het water.

De volgende dag hebben wij onze eigen toer maar opgezet door middel van overal rondom het eiland te gaan snorkelen. 

Onze volgende stop is Ubud wat op Bali ligt. En weer per boot…

Amed en Lovina

De volgende tussenstop was Lovina. Lovina was een kleine tussenstop waarvan wij allebei niet wisten waarom wij dit ookalweer gekozen hadden. Er was weinig te doen, druk, heel erg duur in vergelijking met de rest van Bali. De meeste toeristen komen er voor de dolfijnen die daar in de buurt zijn. Deze worden vervolgens z,, z dan achterna gezeten door tientallen bootjes met toeristen die veel geld neerleggen om ze te zien. Dat is niet besteed aan ons,  de enige dieren die je mag opjagen zijn duiven.

De volgende plaats was het weer rustige Amed. Ook geen reet te doen boven water, maar wel onder water. Denise heeft daar gedoken in en rondom een oud schip en Oscar heeft daarboven gesnorkeld. Denise heeft daar een verdwaalde schildpad gezien en Oscar is gepoetst door visjes.

In de middag zijn we verder gaan snorkelen op een van de stranden en de dag natuurlijk weer afgesloten met lekker eten en cocktails.

Niet zoveel beleefd, maar lekker uitgerust, een tikkeltje bruiner geworden door het zonnetje aan een prachtige blauwe hemel. 

Dobberen in de Balinese zee

Vandaag hebben wij niet zoveel te melden! Na een lange (nouja, 2 uur met de auto) reis van Munduk naar Permuteran zijn we aangekomen in ons bungalow die aan het strand ligt. Dat betekend dus lekker de zee in duiken en cocktails drinken! Daarna snel bij een van de duikscholen een duik geboekt voor de volgende dag. Tenminste, Denise gaat duiken. Ik houd haar gezelschap en zwaai vanaf de zeelijn naar haar.

Uiteraard hebben we een heleboel visjes gezien en een verdwaalde schildpad. Het koraal rondom Menjangan eiland is wel een beetje aangetast, maar nog leuk genoeg om een snorkel of een duik te wagen.

En van duiken wordt je moe en dan moet je dus weer op het strand hangen met cocktails. Balen joh…

De volgende bestemming is Lovina (meer een tussenstop, dus dat wordt ook een verplichte rustdag) en daarna door naar Amed waar wij weer gaan snorkelen en duiken!

Bloedzuigers!

Gisteren waren wij erachter gekomen dat wij niet gepint hadden op het vliegveld. Gelukkig hadden wij wel wat Roepies omgewisseld in Amsterdam, maar met 100 euro kom je niet ver. Helaas was er in het dorp Munduk geen pinautomaten aanwezig, en de dichtstbijzijnde dorp die wel automaten heeft ligt zo’n 5 kilometer verderop. Maar we waren niet de enige sukkels die geen geld meer hadden. Een ander stelletje had hetzelfde probleem. De lieve hoteleigenaar heeft ons persoonlijk naar het volgende dorp gereden en ons uit deze vervelende situatie gered. Het volgende probleem kaarten zich wel meteen aan, alle automaten gaven maximaal 500.000 Roepies, zo’n dikke 35 euro. Meteen drie kaarten leeg gepint en met een smak geld zijn wij teruggereden.

De volgende dag, na een letterlijke koude douch, stond een hike langs het meer op ons te wachten. Dit bleek echter een gigantische jungletrektocht te worden die behalve heel leuk was, best wel wat van ons vergde. Het normale pad was ondergelopen door de hevige regenbuien de dag ervoor dus lopen door de wat minder begaanbare paden was nog de enige optie. Deze paden waren natuurlijk ook nat geregend en waren spekglad, met vele valpartijen als gevolg. Omdat daar niet zoveel mensen komen, stonden wij ook meteen op de menukaart voor vele muggen en bloedzuigers. Vooral de gids en Denise waren flink te pakken genomen. We sloten de wandeltocht af met een flinken zegening van de lokale priester, die ons flink wat heilig water in ons gezicht kwakte. Om deze sportieve dag mooi af te sluiten, stond er nog een kano vaartochtje op de planning. Wat betekende dat ik aan het roeien was en Denise bezig was met de wonden van de bloedzuigers te behandelen.

In de middag was er niets geplant en wij wilde nog even door het gebied heenbanjeren om te kijken of wij nog mooie plekjes konden vinden. Halverwege de tocht kregen wij helaas te maken met een flinke Balineze hoosbui. Al snel vonden wij een een afdakje om te schuilen, maar langzaam aan begon de wolk ook om ons heen te vormen. Wij stonden namelijk bijna aan de top van een berg en die hield de bewolking vast. Het regende nu ook letterlijk onder het afdakje.

 

Na een klein uurtje stopte het met regenen en kwam uitdaging nummer twee: de wegen stonden letterlijk onderwater. Wij hadden schoenen aan en hadden geen zin in om pootje te baden en de hele week met natte schoenen te lopen. Dus wij sprongen van links naar rechts, van verhoging naar verhoging tussen het verkeer door om zo min mogelijk in het water te staan. Dat lukte aardig!

Morgen gaan we naar Pemuteran om te snorkelen en duiken!

We are going to Bali!

Eindelijk is het dan zo ver. We gaan weer op vakantie! Dit keer naar Indonesië. Onze reis begint op Bali, en helaas is er geen directe vlucht vanuit Amsterdam die naar naartoe gaat. Dat betekend dus dat wij eerst meer dan 13 uur moeten vliegen naar Jakarta, een overstap van 2,5 uur hebben daar en daarna nog eens 2 uur in een vliegende bus moeten zitten voordat wij op Denspasar, de hoofdstad van Bali, aankwamen. Wij zijn meteen richting Tabanan gegaan, dat het daar wat rustiger is en dichter bij onze volgende bestemming. De hele reis heeft net iets meer dan 25 uur van deur tot hotelkamer geduurd.

De eerste avond verliep rustig. Om zo’n 8 uur lokale tijd kwamen wij in ons hotelkamer aan, hebben ons volgevreten met iets anders dan vliegtuigvoer en zijn meteen gaan maffen.

De volgende dag zou onze reis namelijk al beginnen richting Munduk en onderweg hebben wij verschillende uitstapjes gemaakt. Wij hebben de Taman Ayun Tempel bezocht, die ooit van de koning was zodat hij kon bidden als hij onderweg was. Een prachtige tempel met eigen hanengevechtskooi. De volgende stop was een rijstplantage waar nog met de hand op rijstvelden wordt gewerkt. Denise mocht ook even meedoen, en ze waren zo onder de indruk van haar, dat de werkers wilde dat ze bleef.

De volgende stop was een koffieplantage, waar ze vooral met Loewaks werken. Deze beesten eten koffievruchten op en poepen daarna de boontjes uit die je alleen nog maar hoeft te roosteren. Klinkt smerig, maar het levert best lekkere koffie op! Uiteraard wordt je daarna een toeristenwinkeltje ingeduwd om veel te dure thee en koffie te komen. En ze verkochten ook piemelfluitjes, fluitjes in de vorm van een….
De laatste tempel van vandaan is Ulun Danu Bratan tempel die in een meer staat. Die trok vooral Chinezen aan. Eenmaal in Munduk zijn wij erachter gekomen dat het toch niet zo toeristisch is als het werd aangeprezen. Het geld is bijna op en de volgende ATM machine is in het dorp hier 5 kilometer verderop..

Morgen gaan we door de bergen hier banjeren, en op zoek naar geld….

Aandacht in Monywa

De wegen in Myanmar beginnen ondertussen allemaal op elkaar te lijken. Het maakt niet uit of het nou een officiële snelweg of een tussendoor weggetje is, de weg bestaat uit twee geasfalteerde banen en dat is het. De berm is van zand en een meter verderop beginnen zijn er stalletjes en huizen. Met een beetje mazzel heb je last van overstekende honden, geiten of koeien. Daarvoor wordt alleen getoeterd, maar nooit handmatig verplaatst. Want stel dat je aan je overleden opa zit…

Voor een beetje variatie werden wij dit keer getrakteerd op een boottochtje van een uur. Een welkome afwisseling, maar helaas stelde het uitzicht een beetje teleur. Dit kwam helaas door het feit dat wij in de verkeerde periode zaten, want het waterpeil stond te laag om dicht langs de rivieroever te varen. 

Na een uurtje of twee rondgetuft te hebben  op de boot, gingen wij weer verder met de auto richting Monywa. In Monywa zelf is er weinig te doen, het gebeurd er vooral buiten. Toch moesten we even wel een rondje maken door het dorpje, want na een een rit van 5 uur, is het wel lekker om even de benen te strekken. 

Monywa ligt aan het water,  en het leek ons wel leuk om daar langs te lopen. En het was niet alleen leuk voor ons, het was ook nog eens leuk voor de Burmesen. Nog nooit hadden wii zoveel aandacht van mensen. En nog nooit hadden wij zoveel boten op het droge zien liggen die omgetoverd waren tot woonhuis. 

Ook kwamen wij geen enkele toerist tegen. De meeste blijven ook in het hotel of in hun resort zitten. Geen idee waarom, want het uitzicht over het water met ondergaande zon was prachtig. 

De volgende stop is Mandaly, maar voordat wij daarna toe rijden, gaan we eerst wat andere plekken onderweg bezoeken.

Op de scooter door Bagan

Wij waren in totaal vier dagen in Bagan. Omdat het weer nog steeds op standje bloedheet stond, en wij nu de wat verder liggende bezienswaardigheden wilden zien, huurde wij een elektronische scooter. Maar niet voordat wij de zonsopgang hadden gezien.

Om 5 uur ‘s ochtends ging de wekker al af, zodat wij in het pikkedonker, en op de fiets, qrichting een Pagoda konden fietsen. De weg was op bepaalde punten nog steeds flink modderig. Als echte Nederlanders lieten wij ons hier niet door tegen houden, dus creërde wij ons eigen olifantenpadje.

Achteraf hadden wij dat beter moeten doen. In de bosjes zaten beplanting met naalden die bijna 2 cm groot en vlijmscherp waren. Een daarvan kwam in Denise haar voet terecht, de anderen kwamen in de banden van onze fietsen. Gelukkig waren wij ruimschoots op tijd om de zon te zien opkomen, gevolgd door meer dan 10 hetelucht ballonnen.

Daarna zijn we snel naar het hotel toegereden om de kapotte barrels weer in te leveren. Bijna alle banden waren lek en waren ondergedompeld in de modder. Of ze hadden het niet door, of ze vonden het  niet erg, maar het kosten ons geen extra geld. 

Na een welverdiend ontbijtje pakten wij de scooter en hebben we wat rondgetuft. Hoewel Denise het hartstikke spannend vond om achterop bij Oscar te zitten, zijn er geen brokken gemaakt. 

De volgende dag stond Mount Popa op de planning. Deze berg is heilig, en een grote trekpleister voor apen die voedsel komen stelen. Dit levert twee problemen op: 1) die apen stelen alles wat los en vast zit en 2) ze schijten alles onder. Aangezien je 700nogwattes treden met je blote voeten moet beklimmen, is dat een vieze bedoening.

De rest van de middag hebben we gespendeerd aan het zwembad. De volgende bestemming is Monywa, waar we grotten gaan bekijken.

Doormodderen in Bagan

Na Inle Lake werden wij op een vliegtuig gezet richting Bagan. Omdat het over de weg bijna 10 uur duurt, en met het vliegtuig maar 45 minuutjes, was dat laatste op papier een betere keuze. Na een klein uurtje rijden werden wij gedumpt op misschien wel kleinste vliegveldje waar wij zijn geweest. Met slechts 1 landingsstrook en 1 wachtruimte waar niet meer dan 200 mensen in kunnen, werden wij ook getrakteerd op een flinke vertraging. Dit werd niet omgeroepen, maar door middel van een handgeschreven papiertje bij de deur duidelijk gemaakt.

Na een uurtje vertraging vlogen wij dan eindelijk naar Bagan. Eenmaal aangekomen werden wij nog even getrakteerd op het feit dat wij buitenlands zijn en dus extra moeten dokken om het beschermde gebied binnen te gaan. Zo zijn bijna alle plekken in Myanmar gratis voor de inwoners, en de rest moet dokken. Meestal zijn het kleine bedragen, maar dit keer was het 20 euro. Klinkt niet veel, maar dat is twee keer flink uit eten hier.

dsc_0167.jpg

Maar dat mocht de pret niet drukken! Zodra wij goed en wel waren ingecheckt bij het hotel, gingen wij meteen per fiets richting de pagoda’s die overal in een gebied van zo’n 25 vierkante kilometer zijn te vinden. Ja, je leest het goed, in de hitte (32 graden) zijn wij rond gaan fietsen. 



Ik weet alleen niet voor wie het zwaarder was, voor de fietsen of voor ons. De fietsen waren behoorlijk oud en moesten behalve ons gewicht, ook de onverharde wegen vol met stenen deed de fietsen niet veel goeds. Sommige wegen waren er zelfs zo slecht aan toe door de regen, dat deze een grote flinke blubberpoel waren geworden.


2016_11_13_2972

De meeste pagoda’s en andere gebouwen zijn flink beschadigd geraakt tijdens de aardbeving die plaats vond in augustus. Best een aardig aantal mag je dus niet meer in of beklimmen. 



Wij wilde graag de zonsondergang zien met een mooi uitzicht, dus wij zochten een hoge pagoda op om erop te klimmen. Wisten wij veel dat hele busladingen daar naar toe zouden gaan om hetzelfde te doen. 

Binnen de kortste keren stond de hele weg vast, omdat auto’s en bussen over hetzelfde kleine weggetje wilde rijden. 


De zon zakte steeds verder weg en de plaatselijke boeren, die daar met hun vee rondlopen zodat zij kunnen grazen, trokken zich er niets van aan en lieten hun koeien en geiten lekker tussen de toeterende bussen doorlopen.

Onderweg terug naar het hotel kom je er dan achter dat je geen licht op je fiets hebt en het toch wel heeeeel donker is… Insecten vinden je dan extra interessant en die modderpoel zie je dan niet meer… Het is maar goed dat we geen foto’s hebben van hoe we er uit zagen bij aankomst in het hotel!

Vissen in Inle Lake

Na een nat Kalaw was onze volgende stop Inle Lake. Zoals de naam al doet vermoeden, gaat het hier om een groot meer waar verschillende dorpjes op grote palen is gehuisvest. 

2016_11_10_1652

Hoe meer wij richting het noorden gaan, hoe toeristischer alle steden worden. De toeristen en backpackkers hebben deze plek al ontdekt en dat valt overal aan terug te zien. Mensen spreken beter Engels, reclames zijn  niet meer in het Burmees, en de hoeveelheid restaurants die buitenlands eten serveren neemt toe. 

dsc_1038.jpg

Zo ook de prijzen. Als een verkoper direct prijzen noemt in dollars, dan weet je al snel dat ze teveel vragen. Afdingen is in Myanmar normaliter ongebruikelijk, maar in dit geval moet je wel. Vroeger was het moeilijk om in Myanmar te pinnen, tegenwoordig zijn alleen de pinautomaten op het vliegveld leeg. Het enige verveldende is dat je een pak met briefjes krijgt, wat in geen mogelijkheid meer in je portemonnee past. 

Ik had het briefgeld verstopt op verschillende plekken en ik kom ze nu overal tegen in mijn tas.

dsc_1031.jpg

Iedereen gaat naar Inle Lake om een boottocht te maken over het meer. Het eerste gedeelte is ook schitterend. Het meer ligt tussen de bergen en tezamen met de vissers, de plaatselijke flora en fauna en het oorverdovend geluid van alle bootmotoren zorgen voor een onvergetelijke ervaring.

20161111_090002.jpg

Omdat wij de laatste tijd veel in de auto zitten, zijn wij ondertussen gewend om in slaap te vallen tijdens het rijden. Alle wegen zijn van Belgische kwaliteit en zorgen voor een schommelend gevoel op de achterbank. Ditzelfde gebeurde bij mij op het bootje! Alleen is het niet verstandig om in een opgevoerde kano in slaap te vallen.

2016_11_11_2367

Eenmaal het meer ingevaren, vaar je van dorpje naar dorpje, waar je voornamelijk toeristenwinkels aandoet. Het echte leven speelt zich een beetje achter de schermen af. Het is gelukkig wel leuk om te zien hoe zilver wordt bewerkt, hoe je van een lotusbloem garen kunt maken, of hoe zo opgevoerde kano wordt gemaakt, maar het eindigt allemaal in de shop. Behalve bij die bootshop, die kun je natuurlijk niet in een vliegtuig meenemen. Maar zelfgemaakte sigaren, die natuurlijk wel!

dsc_0933.jpg

Al met al is de omgeving mooi, maar helaas merk je al dat de snelle groei van het toerisme al de toon zet in de omgeving. Om als buitenlandse toerist binnen het gebied te komen, moet je bij aankomst even 10 euro lappen. Officieel voor het behoud van de natuuromgeving, of als verkapte belasting. Maar laat je vooral niet tegenhouden, de omgeving is het meer dan waard!

2016_11_11_1723

De volgende stop is even toeristisch, namelijk Bagan. We gaan per vliegtuig, dat scheelt zo’n 8 uur in het vliegtuig zitten.