Doormodderen in Bagan

Na Inle Lake werden wij op een vliegtuig gezet richting Bagan. Omdat het over de weg bijna 10 uur duurt, en met het vliegtuig maar 45 minuutjes, was dat laatste op papier een betere keuze. Na een klein uurtje rijden werden wij gedumpt op misschien wel kleinste vliegveldje waar wij zijn geweest. Met slechts 1 landingsstrook en 1 wachtruimte waar niet meer dan 200 mensen in kunnen, werden wij ook getrakteerd op een flinke vertraging. Dit werd niet omgeroepen, maar door middel van een handgeschreven papiertje bij de deur duidelijk gemaakt.

Na een uurtje vertraging vlogen wij dan eindelijk naar Bagan. Eenmaal aangekomen werden wij nog even getrakteerd op het feit dat wij buitenlands zijn en dus extra moeten dokken om het beschermde gebied binnen te gaan. Zo zijn bijna alle plekken in Myanmar gratis voor de inwoners, en de rest moet dokken. Meestal zijn het kleine bedragen, maar dit keer was het 20 euro. Klinkt niet veel, maar dat is twee keer flink uit eten hier.

dsc_0167.jpg

Maar dat mocht de pret niet drukken! Zodra wij goed en wel waren ingecheckt bij het hotel, gingen wij meteen per fiets richting de pagoda’s die overal in een gebied van zo’n 25 vierkante kilometer zijn te vinden. Ja, je leest het goed, in de hitte (32 graden) zijn wij rond gaan fietsen. 



Ik weet alleen niet voor wie het zwaarder was, voor de fietsen of voor ons. De fietsen waren behoorlijk oud en moesten behalve ons gewicht, ook de onverharde wegen vol met stenen deed de fietsen niet veel goeds. Sommige wegen waren er zelfs zo slecht aan toe door de regen, dat deze een grote flinke blubberpoel waren geworden.


2016_11_13_2972

De meeste pagoda’s en andere gebouwen zijn flink beschadigd geraakt tijdens de aardbeving die plaats vond in augustus. Best een aardig aantal mag je dus niet meer in of beklimmen. 



Wij wilde graag de zonsondergang zien met een mooi uitzicht, dus wij zochten een hoge pagoda op om erop te klimmen. Wisten wij veel dat hele busladingen daar naar toe zouden gaan om hetzelfde te doen. 

Binnen de kortste keren stond de hele weg vast, omdat auto’s en bussen over hetzelfde kleine weggetje wilde rijden. 


De zon zakte steeds verder weg en de plaatselijke boeren, die daar met hun vee rondlopen zodat zij kunnen grazen, trokken zich er niets van aan en lieten hun koeien en geiten lekker tussen de toeterende bussen doorlopen.

Onderweg terug naar het hotel kom je er dan achter dat je geen licht op je fiets hebt en het toch wel heeeeel donker is… Insecten vinden je dan extra interessant en die modderpoel zie je dan niet meer… Het is maar goed dat we geen foto’s hebben van hoe we er uit zagen bij aankomst in het hotel!

Vissen in Inle Lake

Na een nat Kalaw was onze volgende stop Inle Lake. Zoals de naam al doet vermoeden, gaat het hier om een groot meer waar verschillende dorpjes op grote palen is gehuisvest. 

2016_11_10_1652

Hoe meer wij richting het noorden gaan, hoe toeristischer alle steden worden. De toeristen en backpackkers hebben deze plek al ontdekt en dat valt overal aan terug te zien. Mensen spreken beter Engels, reclames zijn  niet meer in het Burmees, en de hoeveelheid restaurants die buitenlands eten serveren neemt toe. 

dsc_1038.jpg

Zo ook de prijzen. Als een verkoper direct prijzen noemt in dollars, dan weet je al snel dat ze teveel vragen. Afdingen is in Myanmar normaliter ongebruikelijk, maar in dit geval moet je wel. Vroeger was het moeilijk om in Myanmar te pinnen, tegenwoordig zijn alleen de pinautomaten op het vliegveld leeg. Het enige verveldende is dat je een pak met briefjes krijgt, wat in geen mogelijkheid meer in je portemonnee past. 

Ik had het briefgeld verstopt op verschillende plekken en ik kom ze nu overal tegen in mijn tas.

dsc_1031.jpg

Iedereen gaat naar Inle Lake om een boottocht te maken over het meer. Het eerste gedeelte is ook schitterend. Het meer ligt tussen de bergen en tezamen met de vissers, de plaatselijke flora en fauna en het oorverdovend geluid van alle bootmotoren zorgen voor een onvergetelijke ervaring.

20161111_090002.jpg

Omdat wij de laatste tijd veel in de auto zitten, zijn wij ondertussen gewend om in slaap te vallen tijdens het rijden. Alle wegen zijn van Belgische kwaliteit en zorgen voor een schommelend gevoel op de achterbank. Ditzelfde gebeurde bij mij op het bootje! Alleen is het niet verstandig om in een opgevoerde kano in slaap te vallen.

2016_11_11_2367

Eenmaal het meer ingevaren, vaar je van dorpje naar dorpje, waar je voornamelijk toeristenwinkels aandoet. Het echte leven speelt zich een beetje achter de schermen af. Het is gelukkig wel leuk om te zien hoe zilver wordt bewerkt, hoe je van een lotusbloem garen kunt maken, of hoe zo opgevoerde kano wordt gemaakt, maar het eindigt allemaal in de shop. Behalve bij die bootshop, die kun je natuurlijk niet in een vliegtuig meenemen. Maar zelfgemaakte sigaren, die natuurlijk wel!

dsc_0933.jpg

Al met al is de omgeving mooi, maar helaas merk je al dat de snelle groei van het toerisme al de toon zet in de omgeving. Om als buitenlandse toerist binnen het gebied te komen, moet je bij aankomst even 10 euro lappen. Officieel voor het behoud van de natuuromgeving, of als verkapte belasting. Maar laat je vooral niet tegenhouden, de omgeving is het meer dan waard!

2016_11_11_1723

De volgende stop is even toeristisch, namelijk Bagan. We gaan per vliegtuig, dat scheelt zo’n 8 uur in het vliegtuig zitten.

Kalaw, de Alpen van Myanmar

Wij kwamen dus om een uurtje of 4 ‘s nachts aan in Kalaw. Op dat moment was er een enorme stortbui gaande en het enige vervoermiddel waren scooters… Met de drivers gesandwiched tussen de bagage en 1 van ons toch maar op pad. Helemaal doorweekt kwamen we aan bij her hotel. Gelukkig sliep het personeel in de aankomstruimte en werden zij wakker van ons, anders hadden wij een flink aantal uur nog buiten in de regen moeten doorbrengen. Voor nachtuilen met de nachtbus hadden ze een speciale pre check-in wachtkamer, met bedden én een warme douche!

Na een korte nacht realiseerde wij eindelijk dat wij in Kalaw waren. 

Kalaw staat bekend om zijn vele bergen en mooie natuur. En daar hebben wij lekker van genoten. Dus eigelijk hebben dit keer niet zoveel te melden behalve dat wij twee dagen meer dan 60 kilometer hebben gewandeld en bij wat mensen op de thee zijn geweest. 

Helaas regende het afentoe zo hard, dat wij helemaal doorweekt zijn geraakt. Als het niet van de regen was,  dan wel van de zweetcondens aan de binnenkant van de poncho’s… 

De weg, die voornamelijk uit klei bestond, werd hierdoor ook moeilijker begaanbaar. Maar geen goeie trektocht zonder modderpoten!

2016_11_09_1578

Volgende stop is Inle Lake, waar hele dorpjes zijn gebouwd op palen, omdat ze in het water staan. 

Bussie naar Bago

Na Hpa-an was het de beurt om weer terug te gaan naar Yangon. Daar wachtte immers de nachtbus naar Kalaw op ons. Dus onze chauffeur bracht ons terug, maar niet zonder stop in Bago. 

Onderweg kwamen we nog een Shinbyu-stoet tegen. Heel veel harde muziek en natuurlijk olifanten met de kinderen die voor de eerste keer het klooster inboeten.


2016_11_07_1112

Bago was een beetje saai. De tempels zijn vrijwel hetzelfde als in Hpa-an an en verder is er vrij weinig te doen. Alles is opgericht om zoveel mogelijk te verdienen aan toeristen, maar toch slagen ze daar niet in. Zo moet het toegangshek voor alle toeristenhotspots ervoor zorgen dat je toegangsgeld betaalt maar als je buiten de hekken blijft, dan heb je een even goed uitzicht op voornamelijk Boedah’s, dan als je niet zou betalen. Toegegeven, de 8 euro die je betaalt om alles van dichtbij te zien is nou niet bepaald de hoofdprijs, maar toch. En als Oscar nou niet eens vergeet waar hij de kaartjes verstopt…

2016_11_08_1481

2016_11_08_1446

De volgende dag, nadat we nog bij de nationale begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog slachtoffers waren gestopt en olifantjes hebben gekeken, stond in het teken van de nachtbus. Deze nachtbus zou ons naar Kalaw brengen. De 10 uur durende hellemans rit hebben we gelukkig overleefd, maar wat een relaxte stoelen waren dat! Beenruimte zat, inclusief voetenbankje en fleecedeken! 

 

Oké,  dit was de dure uitvoering, maar vet relaxed.  Helaas goot het met bakken uit de hemel toen wij aankwamen (4 uur ‘s ochtends), en waren wij binnen 2 minuten helemaal doorweekt. Door een paar dappere scootertaxi’s werden wij bij ons hotel gedropt. 

 

Berggeiten op een berg

Vandaag staat er een flinke beklimming op ons vakantierooster. Dat betekent goede loopschoenen aan, genoeg drinkwater bij elkaar sprokkelen en wat snoepjes in de rugzak stoppen. Wij vertrokken extra vroeg, om 7 uur, omdat het dan nog lekker koel is. Tenminste, het is dan 26 graden en dat voelt ondertussen al koud aan.

2016_11_06_0571

Eenmaal bij de 723 meter hoge berg aangekomen was er toch nog enige twijfel bij ons. Hoewel de 1080 Boedha’s aan de voet ons verwelkomen, slaat de twijfel bij ons toe. Moeten we dit wel doen? Uiteraard lieten wij ons niet tegenhouden dat de hele klim meer dan 2 uur ging duren. Vooral het begin was killing. Het pad is duidelijk niet onderhouden en is erg stijl, de weg is afgebrokkeld en is duidelijk niet gemaakt voor Westerse toeristen. Eén misstap en je flikkert zo het ravijn in. 

2016_11_06_0571

Maar hoe zwaar de weg naar de top was, hoe mooi het uitzicht over Hpa-an was.

2016_11_06_0571

2016_11_06_0571

Helaas was het uitzicht op de berg een stuk minder. Zoals altijd werden wij soms vergezeld door een wolk die hier en daar opdook, maar dit keer ontnam dir ons hele uitzicht. Gelukkig waren er bergapen die gevoed en onderhouden worden door de monniken. Deze beesten zijn zo brutaal, dat zij alles wat los en vast zit gappen en daarna proberen op te eten/drinken. Natuurlijk is dit niet zo goed, maar het levert wel leuke plaatjes op.

2016_11_06_0571

Als je eenmaal boven bent, dan moet je ook weer naar beneden. Normaliter is dit makkelijker, maar omdat de boel hartstikke oneven en glad is, was dit geen gemakkelijke taak. Plus dat onze spieren al behoorlijk op waren, maakte de klim naar beneden een ware uitputtingstrijd. Eenmaal beneden aangekomen voelde wij al spierpijn, en een paar dagen later hadden wij er nog steeds last van! 

2016-11-06-17-14-24

De rest van de dag was het hobbelen van grot naar grot. Hpa-an heeft veel bergen en monniken vonden het een goed idee om deze om te toveren tot heilige paleisjes. Elke grot heeft zo zijn eigen ding. Zo eindigt een van de grotten in het water, de andere heeft wandtekeningen.



Morgen gaan wij naar Bago. Weer een uurtje of vier in de auto. Zodra er een stabiele internetverbinding is, uploaden wij meer foto’s!

2016-11-06-14-23-21

Onderweg naar Hpa-an

Onze eerste reisdag! Dat betekent vooral veel in de auto zitten en kijken hoe het landschap verandert. Tenminste, dat is normaal zo. 

Myanmar is een land wat duidelijk in opkomst is. Zo miste wij scooters op de openbare weg in Yangon. Elke Aziatische stad heeft een gigantische hoeveelheid aan scooters en motoren op de weg. Ze zijn goedkoop, snel en makkelijk te besturen. Maar niet zichtbaar in het straatbeeld van Yangon.

Totdat je de stadsgrenzen uit rijdt. Dan duiken ze ineens op uit alle kieren en probeer dan maar koel te blijven als chauffeur. Hoewel hij 10 jaar van ons scheelt, blijft onze chauffeur in elke situatie rustig. Tenminste, hij spreekt amper Engels.

Behalve de mooie natuur valt het op dat de reclameborden hier gigantisch groot zijn. TV is hier amper ingeburgerd, alles gaat tegenwoordig via de mobiele telefoon. Voor zo’n 15 euro koop je dan ook 10 Gb aan data en iedereen zit hier de hele dag met zijn telefoon in zijn handen. Er hangt ook overal reclame van een grote telefoonprovider.

En niet alleen dat valt op. Ook genoeg reclame over tandpasta. Dat komt mede doordat veel mensen de hele dag Betelnuts zitten te kauwen. Dit is een rode noot en alles wordt er rood van, dus ook je tanden.

2016-11-05-14-32-08

Van het militaire regime is vrij weinig te merken. Ze zijn alleen aanwezig bij grote boeddhistische bijeenkomsten en bij grote grenscontroles. Wel worden we soms afgeperst door lokale jeugd die geld eist, anders blijven ze voor je auto staan. Om het een beetje legaal te maken, doen ze een dansje voor je auto om je auto te zegenen.

2016-11-05-14-37-03

Morgen gaan we verder de boel onveilig maken in Hpa-an. Wij gaan een grote berg beklimmen en een heleboel grotten bekijken. 

Vluchttroubles op zijn Russisch…

Zoals de meeste lezers van ons blog wel weten, wij gaan dit jaar naar Myanmar! Denise en ik hebben ondertussen al tientallen keren gevlogen naar de meest gekke delen van onze wereld. De vlucht naar Myanmar, dit keer met Easyjet Aeroflot Airlines, deed onze wenkbrauwen wel fronzen. We waren wel gewend aan vluchten zonder enige alcoholische versnaperingen, maar dit keer gebeurde er iets wat wij nog nooit hadden meegemaakt. 

Dit keer hadden wij een overstap op Moskou en op Bangkok. Tot aan Moskou ging het zoals elke andere vlucht. Je stapt in, krijgt wat voedsel en je stapt weer uit. Dit keer werden wij opgehaald met een busje, en dat is an sich niet zo erg. Ware het niet dat het -3 graden was in Moskou en het dus behoorlijk koud was. We gingen dus vanuit Nederland van 15 graden, naar -3 graden in Moskou en in Yangon was het op dat moment al 33 graden. Een lekkere verandering van temperatuur dus.

De tweede vlucht begon ook zoals elke andere vlucht. Maar halverwege werden wij getrakteerd op een alarm wat wij nog nooit eerder hadden gehoord in een vliegtuig, gevolgd door een mededeling dat er absoluut niet gerookt mocht worden in het vliegtuig en op de wc. En dat gebeurde niet één keer, maar twee keer. Wij snapten ineens waarom deze vlucht persé een alcoholloze vlucht is. Russen zijn gewoon nog vervelender dan Fransosen. 

Wij kwamen vrij laat aan in Yangon, zo rond een uur of 6. Omdat geld opnemen vrij moeilijk is in geheel Myanmar, en creditcards niet overal geaccepteerd worden, gingen wij meteen op zoek naar een pinautomaat.  Niet overal nemen ze andere valuta’s aan en het is zelfs zo erg dat je een slechtere koers krijgt naar mate de staat van jouw papiergeld is. Zo krijgt een vers uitziende 100 dollar biljet een betere koers dan een slecht uitziende biljet, als deze al wordt aangenomen. Gelukkig stonden er al drie ATMs ons op te wachten, nog voordat wij de douane door waren!

Het maximale wat je per keer kunt opnemen is 300.000 Kyat, wat met de huidige wisselkoers zo’n 220 euro waard is. Het lijkt niet veel, maar dat is het wel. De briefjes gaan maar tot een waarde van 5.000 Kyat. Je krijgt dus een pak papier mee waar je u tegen zegt.  We voelde ons even als rijke rappers. Maar dat bracht ook meteen weer een ander probleem. Waar laat je een stapel van 4cm aan papiergeld? Niet in je portemonnee, die ging niet meer dicht. We hebben het dus maar in onze koffers verstopt. Hopelijk vergeten wij het niet om het er allemaal eruit te halen, want het uitvoeren van papiergeld is strikt verboden en je kunt het nergens ter wereld inwisselen…

Eenmaal uitgepind en door de douane heen, werden wij ontvangen door een vertegenwoordiger van t reisbureau ofzo… We werden afgezet bij het hotel, en zijn daarna nog een hapje gaan eten, om vervolgens keihard te tukken na onze 24 uur durende reis. Want slapen in een vliegtuig, dat blijft toch altijd een vervelend iets om te doen. De volgende dag staat een hele dag rondlopen in Yangon in de planning, dus we moeten wel een beetje fit zijn.

Dribbelen in Yangyon

Denise wilde niet opstaan. Kon haar geen ongelijk geven. Ik was ook nog moe, maar om nou de hele dag in bed te blijven liggen, dat is ook zo zonde van je lange reis. Na een stevig Aziatisch ontbijt stond een toer door het oude koloniale gedeelte van Yangon op de planning.

Yangon was ooit in Britse en Portugese handen en dat is terug te zien in de architectuur, voor zover de tand des tijds het toe laat. Alleen de belangrijke gebouwen worden onderhouden, de rest wordt aan zijn lot overgelaten. De meeste gebouwen worden nu bewoont door overheidsonderdelen zoals het ministerie van Landbouw, Communicatie en Immigratie. Soms duikt er ineens een kerk op, of een moskee. Of een gebouw die nog half op instorten staat omdat er een bom op is gegooid tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
Maar goed, het blijft een Aziatische stad dus je kunt niet een paar 100 meter lopen zonder dat er een pegoda opduikt. Of een Boedah, of een hele grote Boedah. Wij werden gewaarschuwd bij de douane dat beeldjes van alleen het hoofd van Boedah of een tattoo van Boedah niet getolereerd wordt en zelfs strafbaar is. Gelukkig is de Xenos hype ondertussen wel over, want ik werd er niet vrolijk van. Maar hier worden ze er al helemaal niet vrolijk van.

Yangon heeft de grootste liggende (Chaukhtatgyi Paya) en de grootst zittende (Ngaahtatgyi Paya)  Boedah van het land. Niet iets wat wij niet eerder hebben gezien, maar dit keer was er iets opmerkelijks aan de hand. Overal werd er er, vriendelijk doch dringend, gevraagd om je schoenen uit te doen. Dat was niet het enige wat anders is dan bij andere landen. Bij de grootste zittende Boedah werd er gespeeld met het licht van buiten, zodat er een mooie gloed over hem heen kwam. Best aardig gedaan, maar dat betekend ook dat hij nat wordt als het regent. Gelukkig hadden wij de hele tijd een zonnetje, dus helaas hebben wij dat niet meegemaakt. 

Yangon is vooral beroemd om Schwedagon Paya. Op deze plek staat een gigantische grote gouden stoepa, bezaait met gouden platen, diamanten en nog meer dure steentjes die je in het land zelf en ver daarbuiten kunt vinden. De gigantische gouden toren wordt omringt door klieine huisjes met meer Boedah’s als bewoners. Je komt bij door een hele grote trap op te lopen, of als je lui bent via de roltrap of lift. Behalve dat deze stoepa heel wat gedaan heeft voor de Boedisten, stond het ook in het middelpunt tijdens vele politieke bewegingen, onder andere die van de huidige president. 

Morgen gaan wij richting Hpa-an. Een ritje van 300 kilometer oftewel 6 uur met de auto over kleine wegentjes. Hpa-an is recentelijk pas opengegooid voor toeristen dus hopelijk is het voor onze tere westerse zieltjes vol te houden. 

Thee, heel veel natte thee.

Onze volgende bestemming was De Cameron Highlands. De naam verraad het al, de Engelsen hadden hier al snel door dat het op een heuvel lag. Tegenwoordig wordt dit gebied vooral gebruikt om thee te verbouwen, illegale vluchtelingen te herbergen en heel veel resort voor toeristen.

Maleisiërs zijn gek op watervallen, maar onze buschauffeur Din niet zo. Hij nam het ook niet zo nou met pauzes, dat vond hij maar vervelend. Maar omdat er expliciet werd vermeld dat wij bij een waterval zouden stoppen, moest het maar gebeuren.

Maar of Din het nou saai vond of niet, het was wel een mooie waterval. Natuurlijk zijn wij zo hoog mogelijk erop geklommen, om er later achter te komen dat een Duitser er een week eerder van de rotsen was afgegleden en naar beneden was gevallen.

De volgende stop was een bedrijfje die hele grote manden maakt van bamboe. En wie kwamen wij weer tegen? Die Duitsers natuurlijk. En die hadden ook nog de lokale gids ingepikt! Dus moest Din het maar vertellen. Waar hij uiteraard geen zin in had. Maar eerlijk is eerlijk, als hij begin te vertellen, dan ging hij ook los. Inclusief even voordoen met een van zijn messen hoe hij dat vroeger als kind deed.

Onderweg werd er natuurlijk veel gebabbeld en zo kwamen wij erachter dat onze gids vroeger een backpackkershostel runde. Hoewel hij er steeds over klaagt dat hij zoveel moet vertellen en hij geen tourguide is, vindt ie t stiekem wel leuk. Die kwek staat eigenlijk nooit stil!

Ondertussen reden wij op slingerpaadjes de bergen in naar de theeplantages. Helaas begon het ook keihard te regenen en het was flink bewolkt, waardoor het uitzicht niet verder reikte dan 100 meter. Maar dat waren wel hele mooie meters. Je kunt ze het beste vergelijken met wijngaarden. Alleen wel wel met minder vruchten en heel, heel veel bladeren.

Onze volgende stop was het resort met de toepasselijke naam Strawberry Hill. Bekend door zijn, je raadt het al, vele aardbeienplantages. Het was ondertussen droog en het plaatsje deed idyllisch aan, alsof wij zo een oud dorpje in de Zwitserse Alpen waren binnengelopen.

Alleen de weergoden waren ons niet gezint, het begon toch nog keihard te regen. Het storten zo hard naar beneden, dat wij binnen een paar minuutjes doorweekt waren. Gelukkig voor ons reed er een medewerker van het resort voorbij en wij konden een lift mee naar het resort krijgen!

Het enige wat nog miste in het restaurant was apfelstrudel. Dan maar een hamburger en sateetjes naar binnen geschrokt. We moesten tenslotte weer vroeg op, richting George Town.

Heilige duiven en staatspropaganda

De tweede dag KL stond in het teken van wat wij de vorige dagen dankzij het weer gemist hadden. Deepavali, een Hindoestaanse feestdag, was volop aan de gang en daarom leek het ons leuk om richting de Batu Caves te gaan. De Batu Caves zijn een van de heilige plekken voor Hindoestanen, omdat de grot allerlei heilige beelden bevat. Het ligt op zo’n 10 kilometer afstand van KL, maar gelukkig is de metro niet zo duur hier.
image

Het was er dus megadruk, en op wat fruit en camera stelende apen na, viel het allemaal een beetje tegen. Het leek op grote vuilnisbelt en de duiven gebruiken de grot als een groot vogelnest. Het uitzicht is prima na het betreden van 272 trappen, maar ik snap nog steeds niet hoe oudjes dit op blote voeten kunnen doen. Ik gleed met mijn schoenen een paar keer al weg…

Maar nu wij de highlights van KL wel hadden gezien, was het tijd om te shoppen. Al snel kwamen wij erachter dat de prijzen niet zoveel scheelden met de prijzen die wij in Nederland betalen, dus grote aankopen hebben wij uitgesteld. Vlakbij de Petronas Towers zat ook nog een Science Museum verstopt op de bovenste etage, uiteraard gesponsord door de oliemagnaat. Zoals gewoonlijk konden wij dit museum niet weerstaan om zelf uit te vogelen hoeveel propaganda er verteld wordt.

Hoewel het eerst allemaal gemoedelijk gaat, komt de ware aard toch snel naar boven. Eerst vertellen hoe goed Petronas is voor Maleisië, daarna vertellen over dinosauriërs en waar benzine vandaan komt, om over te gaan van de zwaartekracht en luchtweerstand naar hoe snel je kunt rijden met een benzinemotor. Het museum zou zo in Amerika kunnen staan. Er wordt geen woord gerept over Shell, die Petronas geholpen heeft om zo’n groot staatsbedrijf te worden.

Ondanks alles hebben wij het toch 2 uur volgehouden in het museum. Je kunt namelijk ook veel zelf doen, zoals je dat vroeger ook kon in het Nint of Nemo.
Zoals de traditie dicteert moest Oscar nog even graven met een kewle graafmachine. Helaas was ie kapot..
image

Uiteraard moest er ook gegeten worden, dus wij zijn terug gegaan naar het hotel om ‘s avonds iets te gaan eten bij de foodhawkers. Even spotten waar de toeristen (en dan niet doorgewinterde hippie backpackkers, die vreten alles zolang het maar goedkoop is) en lokale bevolking zitten, en dan gaan met de banaan. Helaas waren er wel wat vervelende Duitsers die erg luidruchtig waren. Wij wisten toen nog niet dat deze later nog een belangrijke rol in onze vakantie zouden spelen. Nadat wij nog een paar goedkope biertjes onder genot van het uitzicht op de lokale meukverkopers hadden genuttigd , was het weer tijd om vroeg naar bed te gaan. De volgende dag moesten we uiteraard weer vroeg op, want er stond ons weer een lange rit te wachten.